Waarvan Akte

Werk
3 juni 2021

Iets teveel belangstelling voor de inboedel

Ik denk er niet dagelijks aan, maar ik weet: ooit krijg ik een telefoontje dat mijnheer N. is overleden. Dan weet ik wat me te doen staat, ook al is het midden in de nacht: onmiddellijk in actie komen en zijn huis verzegelen zodat niemand er zonder mijn toestemming in kan. Ook – of liever gezegd: vooral – zijn drie dochters niet. Want die vertrouwt hij voor geen cent.

Ooit was dat anders, heeft hij verteld. Toen zijn echtgenote nog leefde, vormden ze een warme, hechte familie. Maar na het overlijden van zijn vrouw is de sfeer geleidelijk veranderd. De dochters tonen sindsdien een opmerkelijke belangstelling voor de inboedel van zijn grote, vrijstaande huis. Bij ieder bezoek laten ze doorschemeren dat ze die tafel of dat kastje graag zouden willen hebben.

Vooral een rijk gedecoreerde dekenkist heeft hun belangstelling. Hij is achterdochtig geworden van al die quasi terloopse opmerkingen. “Het lijkt potverdorie wel of ze erop zitten te wachten tot ik dood ga!” Die dekenkist heeft hij daarom maar vast verkocht aan de buurman. Dan is hij van het gezeur af en kan er ook later geen ruzie over ontstaan.

Want hij vreest dat de drie elkaar na zijn overlijden in de haren zullen vliegen over de verdeling van de inboedel. “Wat de een wil, wil de ander ook. En als het nou om waardevolle spullen ging. Maar zoveel stelt het allemaal niet voor.”

En er zit hem nog iets dwars. Na de crematie van zijn vrouw heeft hij de urn met haar as in de tuin begraven, haar geliefde domein, omdat hij haar dicht bij zich wilde houden. Een van de dochters vindt dat maar niks. Zij heeft al aangekondigd dat ze na zijn overlijden de urn zal opgraven en naar het graf van haar familie in Limburg zal overbrengen. Volgens haar haar moeders diepste wens.

“Maar mijn vrouw zou dat helemaal niet gewild hebben! Die had niets met haar familie.” Daarom heeft hij op een avond, samen met de buurman, de urn opgegraven en de as in de tuin verstrooid. Daar zullen zijn dochters niet blij mee zijn, realiseert hij zich. Daarom krijgen ze het pas te horen na zijn dood, heeft hij in zijn testament vastgelegd.

Hij gunt hen hun erfdeel echt wel. Maar wel op zijn voorwaarden. En na zijn overlijden mag er niets ‘zomaar’ uit het huis verdwijnen. Ik heb samen met hem een boedelbeschrijving gemaakt. In een codicil heeft hij opgeschreven welke dochter welk schilderijtje, tafeltje, kastje, stoeltje of ander voorwerp krijgt.

Daar zullen ze nog wel even op moeten wachten, gniffelt hij. “Ik ben nog lang niet van plan om dood te gaan.”

Toch weet ik: ooit komt dat telefoontje.

Naar homepage